Alle flesjes Fanta, Sprite, Chaudfontaine en alle andere merken van Coca-Cola moeten in 2025 voor de helft uit gerecycled plastic bestaan. Dat is de doelstelling die het bedrijf zich stelt. Hoe ambitieus en realistisch is dat eigenlijk? Twee experts - Stefan Morssinkhof, directeur bij recyclagebedrijf Morssinkhof Plastics en Kurt Peelman, senior manager inkoop bij Coca-Cola European Partners - over de kansen, mogelijkheden en belemmeringen.

‘Zuiver technisch gezien is het zeker mogelijk om flessen te maken die voor 100 procent uit gerecycled PET (rPET) bestaan. Zelfs als deze aan de strenge eisen van Coca-Cola moeten voldoen. Maar de praktijk is wel wat weerbarstiger dan dat’, vertelt Stefan Morssinkhof van Morssinkhof Plastics, een van Europa’s grootste en meest innovatieve producenten van gerecyclede kunststoffen, waaronder PET. Het bedrijf werkt al ruim 10 jaar als leverancier nauw samen met Coca-Cola en kent de doelstellingen en ambities. 

Voor 2025 wil Coca-Cola dat de helft van alle flessen in West-Europa uit hergebruikt PET (of rPET) bestaat. Hoe realistisch en ambitieus is dat eigenlijk?

Stefan Morssinkhof: ‘Om eerlijk te zijn: in Nederland kan die 50 procent wel gerealiseerd worden. Dat komt doordat er hier een goed inzamelingssysteem is, waardoor er hoge percentages gebruikte flessen terugkomen uit de markt die bovendien zeer zuiver zijn van kwaliteit. Doordat de PET flessen in het statiegeldsysteem niet vermengd worden met andere kunststof verpakkingen kun je er goede kwaliteit rPET van kan maken. Maar zo goed is de inzameling nog niet in alle Europese landen geregeld.’

Hoe zit dat precies? Waarin verschilt Nederland dan van de ons omringende landen?

Morssinkhof. ‘Om rPET te maken hebben wij feedstock (gebruikte PET flessen) nodig. Oftewel PET-flessen van goede kwaliteit om uiteindelijk granulaat (zeg maar plastic korrels) te maken, dat we doorleveren aan Coca-Cola. Daar heb je een goed inzamelings- en sorteersysteem voor nodig. In Nederland zijn alle grote en kleinere frisdrankproducenten verenigd in een stichting voor het statiegeldsysteem voor grote flessen. Deze stichting verdeelt deze ingezamelde flessen naar marktaandeel onder haar leden. Coca-Cola in Nederland is als lid van het statiegeldsysteem ook eigenaar van haar aandeel van de gebruikte flessen. Daarmee is de beschikbaarheid van rPET gegarandeerd. Zo ontstaat een circulair proces. 

 Om wat voor partijen gaat dat dan?

Morssinkhof: ‘Er zijn drie grote stromen voor rPET. Naast de bottelaars zijn dat de producenten van de bekende PET-schaaltjes die je in de supermarkt aantreft, waar de appelflappen en de salades in worden verpakt. En dan is er de fiberindustrie: de producenten van bijvoorbeeld fleecekleding. Dat materiaal is vrijwel volledig gebaseerd op PET-flessen. Want eigenlijk is PET het enige materiaal dat voor dit soort toepassingen kan worden hergebruikt. Coca-Cola is een van de partijen die een deel van deze stroom nodig heeft om er weer nieuwe flessen van te maken.’ 

Naast de beperkte beschikbaarheid is er nog een andere uitdaging, vertelt Stefan Morssinkhof. En dat is de kleur. ‘Bij herhaaldelijk hergebruik gaat uiteindelijk de kleur van het materiaal achteruit. De transparantie van de PET-fles loopt terug en wordt uiteindelijk steeds grauwer. Dat wil de consument niet. Daarom zeggen wij – in antwoord op de beginvraag: een doelstelling van rond de 70 procent rPET is misschien mogelijk. Maar alleen als de inzameling ideaal is en juist op dat vlak is er in veel Europese landen nog werk te verzetten.  Dus uiteindelijk is 50 procent op West-Europees niveau op deze termijn en op de schaal van Coca-Cola een behoorlijk ambitieuze doelstelling.’ 

En dan stelt Coca-Cola ongetwijfeld ook hele hoge eisen aan het materiaal.

Morssinkhof: ‘Ja, Coca-Cola is bij uitstek, samen met een paar grote watermerken, in Europa de partij die het best is geïnformeerd over de finesses van rPET. Wij moeten voor ons materiaal voor Coca-Cola dus ook de hoogst haalbare kwaliteit nastreven. Daarom is het ook een intensief proces voordat je überhaupt tot levering over mag gaan. Zowel qua technologie als ook qua organisatie.’  

Kurt Peelman: ‘Onze leveranciers moeten inderdaad door een zeer zwaar goedkeuringsproces. Wij gaan ook zo ver mogelijk upstream om te bepalen of de kwaliteit die er uit het recyclingproces komt, gegarandeerd is. Het materiaal wordt immers gebruikt voor het verpakken van voedsel en wij als A-merk producent leggen de lat daarbij heel hoog. Wij weten van Morssinkhof precies wat voor materiaal zij gebruiken aan het begin van de recyclage, om zeker te zijn dat zij onze eisen van die 50 procent rPET kunnen garanderen. Zodat wij, zoals dat zo mooi heet, op beide oren kunnen slapen.’

Moeten leveranciers van Coca-Cola ook duurzaam werken? 

Peelman: ‘Zeker. We werken met ‘supplier relation-managementprogramma’s’, waarin sustainability een van de bepalende factoren is. Als een leverancier die meedoet aan een tender niet goed scoort op sustainability, dan weegt dat zwaar in de beoordeling. Als dat niet verbetert, dan wordt hij niet meer uitgenodigd. Dat maakt het voor ons soms uitdagend, want het limiteert onze inkoopopties. Maar als grote speler kijk je ook waar je leveranciers verder kunt helpen. Dat is ook in ons belang.’

In hoeverre innoveert de markt van rPet? En welke rol spelen Coca-Cola en Morssinkhof om die technologie verder te brengen? 

Morssinkhof: ‘Wij denken dat het toegaat naar een combinatie van drie verschillende technieken. Mechanische recycling, dat is wat we nu doen. Maar er zal ook een ingezamelde fractie PET-plastic blijven bestaan die o.a. door vervuiling, maar ten dele de benodigde kwaliteit heeft. Die kun je chemisch recyclen. Dan breek je het af tot de bouwstenen van PET en vervolgens bouw je het huis van PET weer op. Waarbij je kleurstoffen en additieven uit het PET kunt halen. In toekomst zal rPET naar ons idee deels uit mechanisch, deels uit chemische gerecycled PET en deels uit PET bestaan dat wordt gemaakt van niet-fossiel materiaal. Non-fossiled based, zoals Coca-Cola nu al een tijd gebruikt in haar Plantbottles.’ 

Kurt Peelman: ‘Let wel, die toenemende behoefte aan goed recyclebaar materiaal biedt ook veel kansen. Doordat een speler als Coca-Cola zulke ambitieuze targets communiceert, wordt de markt ook opgeschud. En daardoor zullen partijen zoals Morssinkhof bepaalde processen en technieken verder ontwikkelen om ze tot een economisch rendabel alternatief te brengen.’

Ziet Morssinkhof dat ook zo? Geeft Coca-Cola de markt een impuls, door de boel op te schudden?

Morssinkhof: ‘Ja, Coca-Cola heeft een heel duidelijk statement afgegeven met die doelstelling dat in 2025 de helft van het materiaal uit rPET moet bestaan. Toch worden ze ook nog wel neergezet als bedrijf dat niet genoeg doet. Ze worden geassocieerd met zwerfafval, terwijl ze juist op de inzet van recyclaat een enorme voortrekkersrol innemen. Ik zie dat andere industrieën of zelfs andere brand owners, zichzelf stevig op de borst kloppen. Die zeggen: wij gaan in 2025 recyclebare verpakkingen op de markt zetten. Maar daar is Coca-Cola al 20 jaar mee bezig. Veel belangrijker is: hoe zorgen we ervoor dat wat we op de markt zetten daadwerkelijk gerecycled wordt? En nog belangrijker hoe zorg je er vervolgens voor dat er weer een toepassing is voor dat recyclaat? Je krijgt pas echt duurzaamheid en circulariteit als je uiteindelijk ook weer de afnemer van dat recyclaat wilt zijn. In dat geval denk je ook veel beter vooraf na over de vraag wat voor materiaal je op de markt brengt. Design for recycling, design for sorting en design voor inzet van recyclaat. En ik vind dat Coca-Cola daar behoorlijk ver in is. ’

Iedereen heeft het nu over rPET, maar wat gebeurt er nu als nieuw, zogeheten virgin plastic, goedkoper is dan rPET? Bij een groot bedrijf als Coca-Cola kan dat aardig in de papieren lopen.  

Morssinkhof: ‘Er zijn jaren geweest waarin virgin PET goedkoper was. Op dit moment is dat niet het geval, maar de grondstoffenprijs is in beweging en dat kan een beperkende factor zijn voor partijen om te investeren in bijvoorbeeld chemische recycling. Maar juist dan heb je een partner nodig die zich voor langere termijn committeert. Zodat je weet dat hij zich niet, afhankelijk van de prijs, het ene jaar terugtrekt om het volgende jaar weer in te stappen. Het signaal dat Coca-Cola afgeeft is: er is een duurzame behoefte aan recyclen. En dat geeft partijen als Morssinkhof, maar ook andere recyclagebedrijven het vertrouwen om verder te investeren.’