Glooiende contouren vereeuwigd

De eerste Coca-Cola fles dateert van 1899, naar een ontwerp van Hutchinson. De dop op de fles luidt het begin van de kroonkurk in. Om de fles te openen, moest je de dop naar binnen duwen. Het ‘pop’-geluid dat hiermee gepaard ging, leidde tot de bijnaam ‘soda-pop’.

Van 1900 tot 1916 werd Coca-Cola geleverd in een rechte fles. In 1915 lanceert Coca-Cola eenwedstrijd waarbij glasfabrikanten worden uitgedaagd een flesje te ontwerpen dat zo onderscheidend is, dat het op de tast en zelfs in stukjes op de vloer nog herkenbaar is. De Coca-Cola contourfles wordt in 1916 geïntroduceerd, met glooiende contouren die het beeldmerk ondersteunen. 

In het iconische flesje gaat de functie mooi samen met het afgeronde, sensuele silhouet. Die organische rondingen zijn gebaseerd op de vorm van de cacaoboon, waarvan ten onrechte wordt gedacht dat deze deel uitmaakt van het geheime recept (cacao in het Engels is ‘cocoa’). Daarom proberen de ontwerpers de geribde peul van de vrucht na te bootsen. Deze ‘fout’ is uitgegroeid tothet wereldwijde icoon dat nog altijd bestaat.

In een wereld die na twee wereldoorlogen en een wereldwijde crisis snakt naar vrede en individueel geluk wordt het Coca-Cola flesje hét symbool van vrijheid en ‘happiness’ over generaties heen. Het flesje is in 1950 het eerste commerciële product op de cover van TIME Magazine. Op deze basis groeit het Coca-Cola flesje uit tot wereldwijd design- en cultobject. In de loop der jaren heeft het flesje de verbeelding geprikkeld van kunstenaars, designers en muziekmakers: van Andy Warhol, Salvador Dalien Keith Haring tot Norman Rockwell en Sir Peter Blake. Zo maakt Andy Warhol kunst van dagelijksedingen en neemt hij de gewelfde Coca-Cola fles - Warhols ‘Green Coca-Cola Bottles’ - op in zijnmoderne schilderijen. Bluesmuzikanten gebruikten vroeger de hals van een Coca-Cola flesje om slide-gitaar te spelen. Daar komt de term ‘bottleneck’-gitaar vandaan.